Zot van Alles is Love Actually

Juicht allen, want het is weer zover, Jan Verheyen heeft een nieuwe romantische komedie in de zalen! Alhoewel, nieuw? Verheyen bevestigt namelijk weer eens met glans zijn status van remake-king, en deze keer heeft hij zichzelf wel best overtroffen, want ‘Zot Van A’ is zowaar een remake van een remake. Nu heb ik an sich niets tegen remakes, maar er zijn ook grenzen. Let me explain.

 In den beginne was er ‘Love Actually’. U kent hem wel, romantische komedie in de kerstsfeer met een hele resem namen waaronder Hugh Grant, Colin Firth en Keira Nightley. Een ware blockbuster, ontken het maar niet: u heeft hem gezien.

 Leuk, dacht de Nederlandse Kim Van Kooten, en ze schreef haar scenario voor ‘Alles is Liefde’. Het verhaal was gebaseerd op de structuur van ‘Love Actually’, namelijk verschillende schijnbaar onafhankelijke verhaallijnen die op het einde mooi samenkomen. Ze gaf er echter haar eigen draai aan en voegde verschillende twists aan het scenario toe, waarvan de grootste het feit dat Kerst Sinterklaas werd. De film was grappig en origineel: een hit in Nederland met 1.2 miljoen bezoekers (!). Tot op dit punt zie ik het nut in van de remake: je kan perfect beide films bekijken zonder het gevoel te hebben dat je naar dezelfde film aan het kijken bent.

Maar dan komt Jan Verheyen op de proppen. U weet wel, van ‘Team Spirit’ (een remake van het Hollandse ‘All Stars’), ‘Buitenspel’ (tiens, een remake van ‘In Oranje’) en ‘Dossier K’ (door wie was die ook alweer geschreven?). Geniaal, denkt hij bij het zien van ‘Alles is Liefde’, dat doe ik ook! Et voilà, de remake van de remake is geboren. Mààr, in dit geval, een letterlijke remake. Zoals in exact hetzelfde scenario. Zoals in enkel de acteurs veranderd. Zoals in enkel de woorden wat vervlaamsd. Zoals in: dezelfde film, in dezelfde taal. U kan even goed naar de videotheek stappen en daar de versie met Paul De Leeuw en co huren, u heeft niets gemist.

En daar gaat uw belastingsgeld naartoe. Jazeker, want ‘Zot van A’ kreeg maar liefst 650 000 euro van het Vlaams Audiovisueel Fonds en daarbovenop nog eens 200 000 euro van de Antwerpse burger. Allemaal goed en wel zolang er een onbeperkt potje is voor alle films, maar dat is dus niet het geval. Want terwijl wij Vlamingen de snoet van Kevin Janssens verkiezen boven het Hollandse origineel, lopen we wel een andere film mis die niet gefilmd kon worden zonder steun van de belastingbetaler. U weet wel, zo’n film die nog niet gemaakt is.

 Dus wat is nu eigenlijk het probleem van de Hollanders en de Vlamingen? We kijken over elkaars schouders mee naar de plaatselijke successen, om ze dan in eigen land klakkeloos te gaan kopiëren (hallo, Nederlandse ‘Loft’!). Want stel je voor dat we zouden moeten gaan kijken naar het origineel met voor ons onbekende BN’ers? Nee, dàt gaat erover…

TrackBack

TrackBack URL for this entry:
http://ditgeheelterzijde.be/2010/10/zot-van-alles-is-love-actually/trackback/

Comments

Schoon gezegd Billie!

Waarheid als een koe. Doet mij vooral denken aan de aflevering van Koppen afgelopen donderdag over het slinkende budget voor films van het VAF en VRT uit. Begint een jonge filmmaker daar te alluderen op de idee dat geld ook niet noodzakelijk betekent dat je een goede film maakt. Het gaat het om de creativiteit om ook zonder budget het wel te halen (zie die Vlaamse film “Little baby Jesus of Flandr” die Cannes heeft gehaald?!!).

Remakes om remakes, tot daar aan toe. Maar dan niet zagen dat het geld op is en dat sommige van de betere projecten (van filmmakers die zich helaas nog moeten bewijzen volgens de cliché normen) de kast in moeten. Ah zucht.

Interessant thema voor een thesis! Iemand? :)

Zeker, maar wat die kerel van “Little Baby Jesus of Flandr” daar zei vond ik ook niet bepaald een ode aan het filmmaken.
Waar het de filmmakers in die reportage om ging was dat we in Vlaanderen eindelijk aan het begin staan van wat we een film-industrie zouden kunnen noemen, namelijk dat we er in slagen om ook een hoop professionals te creëren. Professionals die we, hoe we het ook draaien of keren, graag zouden willen betalen. Want een industrie die draait op stagiaires en jonge mensen die alles voor niks willen doen is best idealistisch, maar verre van utopisch. Dus jà, je kan een film maken voor 40 000 euro, maar laat dat nu alsjeblieft ook niet de norm worden. Want dan staan we snel weer waar we stonden 15 jaar geleden, en kan niemand expertise opdoen, want boterhammen moeten ook betaald worden…

‘t Is een complexe materie… Jonge filmmakers krijgen tegenwoordig meer kansen dan vroeger, puur omdat het nu goed gaat met de Vlaamse film, maar tegelijkertijd blijven het wel inderdaad moguls zoals Verheyen die met de grote budgetten gaan lopen…

Post a comment